Goed advies kan van uw klant een enthousiaste kaarsengebruiker maken. U kan uw klanten volgende tips meegeven, hoe vanzelfsprekend deze ook lijken.
Kaarsen nooit zonder toezicht laten branden
Het etiket of de op de kaarsen aangebrachte symbolen respecteren. Symbolen vindt men op kaarsen die internationaal verkocht worden
Het is aan te raden minimaal een zevental cm vrij te laten tussen de kaarsen. Zo voorkomt men dat de warmte van de ene kaars het branden van de andere beïnvloedt
Kaarsen niet in de tocht plaatsen: ze branden onregelmatig, gaan roken en kunnen uitdoven
Kaarsen niet in direct zonlicht plaatsen: ze kunnen smelten en hun kleur verliezen
Wiek bijknippen: het is aan te raden de wiek bij elk nieuw gebruik tot op 5 mm bij te knippen.
Als de wiek te lang is, zal de kaars onregelmatig branden of druipen
Als de vlam te schuin gaat branden, moet de klant nakijken of de wiek rechtop is blijven staan en, indien nodig, de stand van de wiek bijstellen
Het kan nuttig zijn de rand van de kaars bij te knippen als het lampioneffect ontstaat. Te diep laten inbranden kan een schoorsteeneffect veroorzaken, waardoor de vlam lucht gaat happen en de kaars uiteindelijk gaat walmen en wapperen
Het bijknippen van de rand kan nodig zijn als deze naar buiten dreigt door te zakken en er op die manier vloeibare was wegstroomt
De brandtijd van kaarsen met meerdere wieken beperken tot maximaal 3 uur
De ondergrond controleren waarop een brandende kaars geplaatst wordt: deze moet vlak en warmtebestendig zijn
Een goede opvang van eventueel afdruipend kaarsvet voorzien